Sonnet 64

 

 

When I have seen by Time’s fell hand defaced
The rich-proud cost of outworn buried age;
When sometime lofty towers I see down-ras’d,
And brass eternal slave to mortal rage;
When I have seen the hungry ocean gain
Advantage on the kingdom of the shore,
And the firm soil win of the wat’ry main,
Increasing store with loss, and loss with store;
When I have seen such interchange of state,
Or state itself confounded to decay;
Ruin hath taught me thus to ruminate –
That Time will come and take my love away.
This thought is as a death which cannot choose
But weep to have that which it fears to lose.
Wanneer ik de kostelijke, glorierijke praal van uitgeputte, begraven eeuwen
door Tijds wrede hand verminkt heb gezien;
wanneer ik voorheen verheven torens zie met de grond gelijkgemaakt,
en eeuwig koper onderworpen aan moordende razernij;
wanneer ik de hongerige oceaan voordeel heb zien behalen
op het koninkrijk der kust,
en het vasteland zien winnen van de waterrijke open zee,
voorraad versterkend met verlies en verlies met voorraad;
wanneer ik heb gezien zulk een wisseling van macht, *
of macht zelve door verwarring in verval zien raken;
heeft ondergang mij alzo doen beseffen –
dat Tijd mijn liefste zal komen wegnemen.
Deze moordende gedachte heeft niets te kiezen,
doch weent om wat zij bezit en vreest te verliezen.

 *  “state”  in de zin van gevestigde macht, machtsstructuur

Nederlandse vertalingen
Shakespeare’s sonnetten kennen een groot aantal Nederlandse vertalingen.
Een weergave van deze vertalingen, voorzien van commentaar is hier te downloaden.